De meneer met de tas in de trein

Ik loop de treincoupé in die aardig vol is. En er komen nog meer mensen de coupé in. Als ervaren treinreiziger weet ik dat mensen hun tas op de stoel naast zich zetten. Omdat ze niet willen dat er iemand naast ze komt zitten. Ik weiger te vragen of ik op zo’n plek mag zitten. Want natuurlijk, zo vind ik, mag ik daar zitten. Die tas heeft immers geen vervoersbewijs.

Ik loop naar zo’n plek met een tas erop en ga ernaast staan. Ik ben dan al lichtelijk geïrriteerd. De meneer naast de tas kijkt me aan en doet niets. Ik wijs naar de tas (want sukkel je begrijpt toch wel dat ik daar wil zitten). De man vraagt me sullig wat er is. Ik voel de irritatie in mijn lijf opborrelen. Ik zeg tegen hem dat ik daar wil zitten. Waarop hij zegt dat hij dacht dat er iets met de tas was. Mijn irritatie stijgt nog verder. Hij haalt de tas weg en ik zeg bits dat ik er überhaupt niet om zou hoeven vragen om daar te mogen zitten. Nét hard genoeg dat medereizigers me horen. Ik kijk rond en zie een paar mensen instemmend knikken. Kijk! Ik heb gelijk! Het duurt vervolgens nog lang voordat mijn irritatie afneemt. Ik blijf de man stil vervloeken en vind hem een enorme eikel. Mijn lijf is in verzet, boosheid borrelt in mijn buik en mijn hoofd maakt overuren. 

Dit is een mooi voorbeeld van wat ik continu doe. Ik doe dit in het groot en in het klein. In gevecht zijn met en aan het oordelen over wat ik simpelweg tegenkom. Wat er gewoon is. En dit is zó vermoeiend. Ik wil dit niet meer. Ik heb daarom letterlijk een wilsbesluit genomen dat ik dit anders ga doen. Door ín het moment te zien dat ik aan het oordelen ben. Door waar te nemen wat er is. Wat ik voel. Wat ik denk. Dit gaat het ene moment makkelijker dan het andere, maar het is work in progress en de oefenmomenten zijn gelukkig talrijk. 

Ik heb al meerdere keren ervaren dat er iets verandert. Daar waar ik voorheen in sneltreinvaart meegevoerd zou worden door mijn oordeel en in een in- of externe strijd terecht zou komen, doorzie en doorvoel ik wat er met me gebeurt, verdwijnt het oordeel en verzacht de emotie in mijn lijf. Wat een opluchting is dat dan. Dít is wat ik wil! Dus ik blijf oefenen en je weet wat ze zeggen: oefening baart kunst. Oefen je met me mee?

Mijn einddoel is dat ik in liefde de plek van de tas inneem en de man bedank voor het aanreiken van een leermoment. 

Naomi