Hoe niet oordelen mijn wereld minder bedreigend maakt

Ik merk steeds meer hoe mijn bewuste of onbewuste oordelen mijn interactie met de wereld beïnvloeden. Een voorbeeld ter illustratie. Ik reis veel met de trein en fiets altijd vanaf Rotterdam Centraal naar mijn huis in Delfshaven. Ik ken twee totaal verschillende scenario’s van dit fietsritje. Niet oordelen is een behoorlijke uitdaging.

“Hé, kijk eens uit, sukkel, ik heb voorrang”

In het eerste scenario kom ik aan met de trein op Rotterdam Centraal, zit mijn hoofd vol met werk en alle reisindrukken (‘natuurlijk wéér vertraging’) en voel ik de drukte van alle mensen die mijn pad kortstondig kruisen. Met dat gevoel stap ik de trein uit. “Hè getver wat een drukte, kunnen die mensen niet even wachten tot ik ben uitgestapt”. Ik worstel me door de massa en ja hoor, iedereen staat natuurlijk weer stil op de roltrap terwijl er een sticker hangt met ‘rechts staan, links lopen’, *zucht*. In de stationshal bots ik tegen allerlei mensen aan die niet voor me opzij gaan. Ik heb haast, ik wil naar huis! Ik pak mijn fiets en val van conflict in conflict. ‘Wat fietst zij traag zeg’. ‘Hé, kijk eens uit, sukkel, ik heb voorrang’. ‘Je snijdt me af.’ ‘Oh ja, dat heb ik weer, natuurlijk springt het stoplicht op rood.’ ‘Weer zo’n spookfietser, eikel.’ ‘Oh nee, nu begint het nog te regenen ook.’ Ik ben moe, wil naar huis en ervaar de rit als één groot obstakel om thuis te komen. Als ik thuiskom ben ik uitgeput en chagrijnig.

Ik hoor een vogel fluiten en geniet van de stad

In het tweede scenario kom ik met diezelfde trein aan op Rotterdam Centraal. Ik voel dat ik behoorlijk vol zit. Ik haal even diep adem en neem me voor om bewust naar huis te fietsen. Ik wacht rustig tot de deuren opengaan en kijk de mensen aan die staan te wachten om in te stappen. Ik maak oogcontact met iemand en glimlach. De glimlach wordt beantwoord. Ik loop naar de roltrap en door de stationshal op weg naar mijn fiets. Ik recht mijn rug en schouders en kijk mensen aan. Ik voel me blij worden en ik geniet van deze openheid en niet oordelen. Eenmaal op de fiets neem ik waar wat ik onderweg tegenkom. De enorme boom op de Mauritsweg, ik hoor een vogel fluiten en geniet van de stad. Het lijkt wel of alles meezit onderweg. Ook nu springt het stoplicht op rood, ik stap rustig af en kijk naar de mensen om me heen. Ik voel verbinding met mezelf en met mijn omgeving. Als ik thuiskom ben ik vrolijk en vol energie.

niet oordelen

Ik kies voor niet oordelen en heb een positieve interactie met de wereld

Wat is nu het verschil tussen de beide scenario’s? In de eerste situatie stap ik met een donderwolk de trein uit en zijn er alleen maar oordelen. Over mezelf en mijn omgeving. Alle verbinding is weg en ik drijf nog verder weg van mezelf door alle ‘conflicten’.
In de tweede situatie kies ik er bewust voor om verbinding met mezelf en mijn omgeving te maken. Ik heb gemerkt dat niet oordelen werkt voor me. En ik heb geleerd dat ik zelf een keuze kan maken op ieder moment hoe ik door het leven fiets.

Naomi